Stilte, een heerlijk woord, veel verlangd, maar vaak verstoord.

zondag 9 december 2012

De drie neuzen


Het 3tal had een raar
gevormde neus.
Zonder te verklaren.
Zo’n neus waar 
je wel naar
moet staren.
 
Het 3tal was zelf
van het
nieuwsgierige soort
die alles al wist
voordat een ander het 
had gehoord
 
Zou dat hun
neusvorm verklaren
omdat zij, zo is gebleken,
door hun  nieuwsgierigheid
overal hun neus
tussen wilden steken.

dinsdag 6 november 2012

Verhaal van de man in zijn midlife crisis

Laatst was de man boodschappen aan het doen bij een supermarkt bij hem in de buurt. Niets bijzonders. Dit komt wel vaker voor, maar dan valt er niets te melden. Deze keer wel.
De man ging afrekenen en zag dat er een nieuwe caissière was. Hij ging in haar rij staan. Ze was beeldschoon en met moeite probeerde hij haar niet met zijn ogen te verslinden. Ze had lang sluikend haar, het neigde naar rood, en ze droeg een grijze heupbroek, een wit, kort truitje. Op haar borstzakje zag de man dat ze Marscha heette. "Wat een mooie naam" dacht hij gelijk. Hij rekende af en Marscha vroeg " wilt u nog zegeltjes". De man hoefde geen zegeltjes.
Buiten gekomen keek hij nog eens achterom, quasi ongeïnteresseerd om een laatste glimp op te vangen van dat prachtige wezen. Ze zal hooguit een jaar of 19 zijn en hij voelde zich vreselijk schuldig. Schuldig dat hij onreine gedachten had door zo’n jong ding. Thuis kon hij aan niets anders meer denken dan aan Marscha van de supermarkt. Zijn vrouw merkte dat hij wat wazig voor zich uit zat te staren. "Wat is er toch met je," vroeg ze. "Niets, laat mij maar met rust, ik ben gewoon wat chagrijnig," antwoordde hij. Nu is hij doorgaans niet vaak chagrijnig, dus viel het op.
Die nacht had de man de wildste dromen over Marscha en hem. Zo ging hij met haar naar een romantisch restaurant en naar de film. Het was in zijn droom geweldig en shit (door zijn bedrog) tegelijkertijd. De volgende dag zat de man de hele dag aan Marscha te denken, ze begon hem helemaal in beslag te nemen. Hij wist zich gewoon geen raad, Hij moest en zou weer naar de supermarkt, hij wilde haar weer zien. Tegen het eind van de middag vroeg hij aan zijn wederhelft "Moet je nog op boodschap?" "Nee hoezo?" was haar respons. "Niets, zo maar, ik wil nog wel wat drop", "Nou dan ga je toch zelf even!" zei ze terug.
En daar ging hij dan, maar zijn Marscha was er niet, schijnbaar werkte ze alleen in de avondtijd.
De hele week bleef de man proberen om naar de supermarkt te gaan, zijn vrouw vond het wel wat raar, maar was blij met zijn bereidheid om boodschappen te doen.
Drie keer die week zag de man Marscha, maar durfde niets tegen haar te zeggen. Ze glimlachte naar hem en hij wist het bijna zeker, ze voelde een connectie tussen elkaar. De manier waarop ze keek, hij smolt helemaal weg.
Thuis gekomen voelde hij zich een klootzak, gewoon om zijn gedachten en om wat hij ermee deed. ‘s Avonds kroop hij tegen zijn vrouw aan om als twee lepeltjes in slaap te vallen. Hij met zijn gedachten over Marscha en zij? Nee, zijn vrouw wist het niet, maar hij was hevig verliefd geworden op een caissière van de supermarkt.
Die avond ging hij weer naar de supermarkt, dit keer zou onze hoofdpersoon wat tegen zijn geliefde Marscha zeggen. Ja, tegen de voor hem veel te jonge vrouw waar hij in zijn gedachten al tig keer de liefde mee had bedreven.
Daar stond hij in de rij, zijn hart klopte in zijn keel, hij voelde zijn mond droog worden. "Rustig vanavond?" stammelde hij "Ja, inderdaad, moet u ook zegels?" zei de caissière met een lieve blik in haar blauwe ogen. "Ja doe maar". Even later stond de man weer buiten en vond zichzelf een lafbek. Nu goed, ze zal het vast niet gemerkt hebben. De man weerde die gedachte en ging huiswaarts al waar zijn vrouw zei "en was ze er?" "Hoe bedoel je?" gaf hij als antwoord. "Nee, niets grapje" zei ze.
Toen Marscha thuis kwam, zag ze dat haar vriend de tafel al had gedekt. "Hé hoi, hoe was je dag?" vroeg hij, "ging wel". "En was die kerel er weer, die zo verliefd op je is?", " O die, ja hij was er weer, de ziel.

zaterdag 27 oktober 2012

Koekje van eigen deeg

'We wensen niet verbonden te worden met deze door en door verrotte wereld', zei de heer Bruggink van Rabobank na het stopzetten van de sponsoring van de wielerploeg.
Loffelijk streven wellicht. Conclusie derhalve: stoppen met bankieren.

woensdag 17 oktober 2012

Blauwe rivier

De rivier vervolgd zijn weg
al sinds vervlogen tijden
met aan zijn oevers bos
en dan weer groene weiden.

Hij doorsnijdt het landschap
langs dorpen en door steden
schittering op het heldere blauw
en allemaal met een rijk verleden.

We zijn zo vaak als de rivier
die soms buiten zijn oever treedt
met momenten van geluk en plezier
en dan weer overspoeld met leed.



zondag 14 oktober 2012

De Thuja Occidentalis Brabant

In de tuin van de familie Dingemans staat een conifeer. Een Thuja Occidentalis Brabant. Hij staat daar al zolang wij naast hun wonen. Mijnheer Dingemans heeft mij dikwijls aanbevolen om ook zo’n conifeer in de tuin te planten. ‘De Brabant is winterhard en resistent tegen winterse omstandigheden,’ zei hij dan. ‘De Brabant is ook groenblijvend en behoudt vrijwel alle naalden, is snelgroeiend (gemiddeld 25 à 30 centimeter per jaar) en is niet kieskeurig als het gaat om de ondergrond waarin hij gepland wordt’.
Afijn, het is er nooit van gekomen en inmiddels is de familie Dingemans verhuisd en is er een jong stel komen wonen. Lubbert en Hannie. Al gauw kwamen zij zich even voorstellen.
Ik had de deur nog niet open gedaan of Lubbert zei: ‘Ja, ik ken u. U komt dikwijls bij ons in de winkel’.
Zijn gezicht kwam mij niet direct bekend voor, dus vroeg ik waar hij werkte.
‘Bij Expert’.
‘Dat zou best kunnen’, want daar loop ik zo heel af en toe wel eens naar binnen’.
We maakten een praatje in onze woning en zij waren belangstellend hoe wij het huis hadden ingericht. Toen hij de televisie zag staan zei hij zo langs zijn neus weg: ‘Die heeft u bij ons gekocht, ik herinner het me nog’.
Ik liet Lubbert in die waan en we gingen naar onze tuin.
‘Dit ziet er beter uit dan hiernaast. Daar heb ik nogal wat werk aan. Weet u trouwens wat voor conifeer er bij ons staat? Ik ben gek op coniferen, weet u, maar ik vergeet altijd die dekselse namen.’
‘Dat is een Thuja Occidentalis Brabant’, zei ik vol trots. ‘Dat kun je zien aan de lichtgroene kleur. Is hij donkergroen, dan is het de Thuja Plicata Excelsa’, vervolgde ik.
‘De tuin is overigens mijn laatste zorg’, zei de jonge buurman. ‘Eerst moet de zaak binnen in orde zijn, maar ik zou toch wel willen weten hoe je zo’n boom moet snoeien, moet onderhouden’.
‘Veel is er te vinden op internet, maar een belangrijke regel is, dat je voordat de winter aanbreekt weer moet snoeien, zo in september en zorg ervoor dat je nooit dieper snoeit dan waar nog groene twijgen zitten’.
‘U schijnt er toch wel wat van te weten’, zei het Expertmannetje. ‘Misschien zou u het wel voor me willen doen’.
‘Nou nee, ik ben niet zo deskundig als het lijkt, maar mocht je er niet uitkomen, vraag het dan eens bij de kwekerij’.
Toen ze weggingen keek hij nog even naar de koelkast. ‘Ha, ook van Expert?’
‘Ik denk het niet’, zei ik eerlijk. ‘Het is al wat jaren geleden. Ik zou niet weten waar we deze gekocht hebben’.
‘Toch zie ik u veel in onze winkel, dus er moet vast wel iets zijn wat u bij ons gekocht hebt’.
Ik dacht lang na, maar kon me echt niets herinneren.
‘Weet je wat het is Lubbert’, zei ik tenslotte. ‘Het is net als met die conifeer. Expert geeft inderdaad vaak goede informatie, maar voor de aanschaf van een apparaat gaan we meestal naar een andere firma’. 

maandag 8 oktober 2012

Eenzaam

De eenzame man kijkt naar de klok,
de uren gaan voorbij.

Hij kijkt opnieuw naar de klok
‘De klok tikt alleen voor mij.’

De tikken zijn onstuimig
en doordringend wild.

Met elke tik dat hij hoort
heeft hij weer tijd verspild.

zaterdag 29 september 2012

Ronde van Lombardije (Il Lombardia)



De herfst verschijnt
De renner verdwijnt

Hij voelt zich als de herfst
Verandering

en op laatste krachten
Hij die langzaam afsterft

Op weg naar
eindeloze koude nachten.

vrijdag 21 september 2012

Herfst

Dikke druppels vallen 
uit de grijze hemel. 
Langzaam glijden 
sommigen 
langs het gladde raamoppervlak 
naar beneden. 
Het is een
treurig gezicht.
De boom
die boom staat te zijn,
begint kaal te worden.
Een blad valt
naar beneden,
op de grote hoop
met bladeren,
die aan de
voet van de boom ligt.
Arme oude boom.
Zo gaat het,
elk jaar opnieuw,
wanneer de herfst
zich weer aandient,
zodat alle bladeren moeten vallen
en dat ze in de lente
opnieuw aangroeien.
Maar als jongen
dacht ik dan bij mijzelf:
probeer dat
alle kale mensen
maar eens uit te leggen,
die in de lente
jaloers gaan snoeien,
omdat de bomen
weer blaadjes hebben
en hun eigen schedel
nog even behaard is
als een
kale krokodillenreet.

zondag 16 september 2012

Drenthe

Ik rij over Drentse wegen.
Tussen oude bomen
wapperend wasgoed.

Een kalfje met de moeder
Hoogspanningskabel
Boerderij onder aan de dijk.

Trampoline springen
Stemmen van kinderen
Lichte huiver.

Zonsondergang.
Kleurt de bladeren
van de beukenhaag.

Boontjes netjes uitgeteld
in met de schoffel gemaakte gaatjes
Langs een gespannen touwtje.

Stilgroen de vijver
voor de statige boerderij
aan mijn Drentse weg.

Onbezwaard
betovert een kastanjeboom.
Het is een oude ansichtkaart.



Enkele tips voor eten op het Drentse boerenland

1)  Omelet met Tomaat:  Bak een omelet. Doe er een tomaat bij.  
2)  Boterhammen met Corned Beef:  Koop een brood, laat het snijden. Koop boter. Smeer de boterhammen. Koop een blik corned beef. Maak het voorzichtig open. Eet de inhoud op, samen met de boterhammen.  
3)  Biefstuk Frites Bij Iemand Anders:  Bel iemand op. Vraag of ze bij hem/haar vanavond biefstuk frites eten. Zo ja, ga er dan naartoe. Eet mee. Veel.  
4)  Gewonnen Brood:  Doe mee aan een loting op de Bellemarkt. Win een brood.  
5)  Pilchards met Bruine Bonen:  Zoek een boer of boerin op. Tracht met een smoes in zijn of haar proviandkast te mogen kijken. Daar staan ze, garantie: twee dozen pilchards; twee dozen bruine bonen. Goed voor zeker acht man.  
6)  Kaas van ' Les Doigts de Pieds ' :  Koop sandalen en leer je bukken. Prima bij een koppige Beaujolais.  

zaterdag 15 september 2012

De jazzpianist

Sigaretten en whisky, 
een dronken kroeg,
vingers van de jazzpianist
martelen vol
gedrevenheid de toetsen.

en de tintelende sounds
van jazz en blues dwepen 
zacht in varianten.
octaven jagen in de
rokerige beelden op klanken.

zondag 12 augustus 2012

Mooie momenten

Een mooi moment tijdens de afgelopen Olympische Spelen moet wel de paar seconden zijn geweest waarin de zwemsters Ranomi Kromowidjojo en Marleen Veldhuis zich na het aantikken omdraaiden naar het scorebord en met enige vertraging ontdekten wat wij al wisten: dat ze op de 50 meter vrije slag goud en brons hadden gewonnen. Ze lagen in het water en ze waren blij. Een bescheiden, rustige, ja, zelfs een beetje intelligente vreugde ontvouwde zich daar in het water. We zagen een gespierde rug en een gelukzalig kopje dat zich in de beschutting tussen schouder en wang even onbespied moet hebben gewaand, zo onbekommerd ging het eraan toe.
Hierna namen ze weer even afstand van elkaar, keken zij nog een keer naar het scorebord en konden we de gezichten nogmaals zien openbreken.
Jojo en Veldhuis lagen in het water en ze waren erg blij.

Nog een heel mooi moment:
Nederland sidderde bij de rekoefening van Epke Zonderland.
‘Dat is één, dat is twee, dat is drie, jawel, hij heeft het geflikt, drie vluchtelementen op een rij’.
We hoorden de tv-commentator uit z’n dak gaan.
Nederland was in volle verrukking.
Onvergetelijke sporthistorie.
Epke, dank je wel!

dinsdag 24 juli 2012

Zomergasten

Televisie en warm zomerweer blijft een moeilijke combinatie. In het publieke omroepland betekent het vooral tijd voor herhalingen, niet in de laatste plaats omdat ook een groot deel van het personeel in Hilversum graag met zomerreces gaat. En veel mensen zijn er niet nodig om voor de zesde keer een Indiana Jones film uit te zenden. De houding van omroepen en publiek met betrekking tot zomertelevisie versterken elkaar: omroepen rekenen op weinig publiek en zenden veel herhalingen of slechte produkties uit, het publiek weet dit en als het al besluit te kijken, zal het aanbod weinig motiverend werken om de rest van de avond te blijven zitten. Het kost zelfs de betere `couch potato' weinig moeite om in de zomer te kiezen voor alternatieven als terrasje pakken of in het park liggen. Tv en zomer is een beetje een uitzichtloze situatie. De enige `troost' is dat het winterseizoen vaak nagenoeg even slechte programma's biedt als dat er tijdens de zomerstop te zien zijn.
Het VPRO-synoniem voor herhaling luidt Zomergasten. Afgelopen zondag opnieuw gestart onder begeleiding van Jan Leyers, een Vlaming.
Zomergasten kent een formule die snel uitgehold dreigt te worden. Uitzendingen die drie uur duren, gevuld met uitsluitend herhalingen en dat dan nog eens overgoten met snobistisch commentaar - het lijkt tegen alles in te druisen wat tv aardig kan maken. Dat het toch het aanzien waard blijft, komt doordat er slechts vijf afleveringen per jaar zijn. Bij vijf blijft het net leuk.
Een belangrijke permanente zwakte aan de formule is de keuze van een, laten we voor de verandering eens zeggen, een intelligente presentator. Aangezien de gasten ook doorgaans niet volstrekt onwetend zijn, levert dat eigenlijk geen goede gesprekssituatie op. Het ontaardt dikwijls in een beetje vermoeiend getouwtrek, net zolang tot beiden hun mening en kennis over het onderwerp hebben getoond. Regelmatig zijn gast en presentator dusdanig koppig dat de gesprekken zich gaandeweg steeds meer richten op het relativeren van elkaars mening. Voor een kijker kan dat bij tijd en wijle flink vervelend zijn. Persoonlijk wil ik doorgaans gewoon graag de fragmenten zien, een korte toelichting waarom ze uitgekozen zijn en wat de betekenis voor hem of haar is. En dat is genoeg. Om dit te bereiken is het zaak een presentator te kiezen die zonder vermoeiende toelichtingen of pretentieuze uitgangspunten gewoon vraagt:`Wat maakt dit fragment bijzonder of interessant?' De presentator moet drie uur lang een ondergeschikte rol kunnen en blijven spelen. Slechts enkelen kunnen dat. Bij Leyers lukte het soms maar zeker niet altijd. Het wordt wellicht tijd voor een presentator die wat minder diep in het milieu van de intelligentsia geworteld zit en wel goed kan interviewen. Eva Jinek bijvoorbeeld voldoet naar mijn smaak aan dit profiel.
De lol aan de formule is natuurlijk ook dat iedereen er een mening over heeft. Gesprekken waar je veel van verwacht, blijken volkomen te mislukken of juist het omgekeerde gebeurt. Soms bloedt het dood, soms ontstaat er vuurwerk. Het programma blijft wat dat betreft verrassend, en dat is wellicht de grootste drijfveer om toch te kijken. Je weet nooit helemaal waar het op uitdraait. Zo kan ik mij nog levendig herinneren hoe Jan Mulder na een uur of drie Peter van Ingen zo spuugzat was, dat ie dreigde het decor af te breken. En met `decor' doelde Mulder ook op Peter van Ingen zelf. Ik wacht ook nog steeds hoopvol op de eerste zomergast die het halverwege de avond voor gezien houdt en opstapt. Teneinde de kans hierop te verhogen, moet speciaal voor lichtontvlambare gasten misschien toch Freek de Jonge nog een enkele keer van stal gehaald worden.
Met dergelijke taferelen in het vooruitzicht, ben ik ieder jaar best bereid enkele zomerse avonden op een terrasje op te offeren.

maandag 23 juli 2012

maandag 16 juli 2012

Het wielerverhaal van oom Arie

Oom Arie had een droom: hij wilde een hele grote wielrenner worden. 
Tja, mijn oom Arie.
Hij maakte dikwijls een verkouden indruk. Zijn neus, waarop een klein rond brilletje, stak rood af bij zijn gezicht. Hij droeg meestal jeans, een coltrui, een jack en gympen. Hij had een vlassig snorretje. Hij was rond de twintig en stopte al zijn tijd in het fietsen.
Eigenlijk moest oom Arie de haring schoonmaken die zijn opa op zee had gevangen. Maar met haring kaken zou hij nooit in de voetsporen kunnen treden van Jacques Anquetil, Federico Bahamontes of Wim van Est. Dus was oom Arie - meer dan opa lief was - op de weg te vinden. Door weer en wind van Groningen via Hoogkerk door het Westerkwartier naar Zuidhoorn, weer verder oostwaarts richting Aduard, en weer terug via Adorp en Zuidwolde.
Tijdens wedstrijden stond een andere oom, oom Jan, langs de kant, met een paar volle bidonnen en een reservewiel. Koersen winnen wilde nog niet echt lukken, maar oom Arie wist dat de dag ooit zou komen dat hij zou zegevieren.
En toen kwam de grote dag: het Kampioenschap van Groningen. Wat wás oom Arie die dag in grootse doen. Er leek geen maat om hem te staan. De zon scheen en het was ook nog zondag. Een betere combinatie is er niet. Oom Arie zat mee in de goede ontsnapping en plaatste een beslissende demarrage op 10 km van de meet. De laatste kilometer van het traject liep langzaam glooiend omhoog en werd aan weerszijden geflankeerd door beukenbomen, een stuk of zestig in totaal. Het zijn forse beuken, met machtige kronen die zomers lommerrijk over de weg spannen en waarvan ’s winters de takken met elkaar verstrengelen. Oom Arie had echter geen ogen naar de imposante bomen. 
Juichend kwam hij als eerste over de finish. Nat van het zweet. Het leek wel of ik vloog!” zou hij later zeggen tegen oom Jan.
Toch is de naam van oom Arie nooit in de wielerboeken gekomen. Arme oom Arie.
Na afloop van de wedstrijd moest hij een plasje inleveren. Toen al inderdaad. En in dat plasje zaten dingen die je in een boterham met pindakaas niet terug zult vinden.
Oom Arie is geen profwielrenner geworden. Maar zijn opa opvolgen als visser, nee, dat paste niet bij hem. Hij ging werken op booreilanden over de hele wereld, trouwde met een Portugese, en verdiende veel geld.
Maar alles ging snel met oom Arie: zijn wielerloopbaan, zijn huwelijk en ook zijn verdiende geld. De laatste keer dat ik hem zag was in het Stadspark. Het regende die dag. Niet zo’n beetje ook. Het water stortte uit de lucht. Het waaide ook. Windstoten raasden door het park.
Oom Arie zat op een bankje onder een afdak. Met een paar andere mannen en met een papierprikker onder handbereik. Wachtend tot het droog zou worden.

zondag 8 juli 2012

Zomer

Het was warm de afgelopen week, heel warm. Mei en juni verliepen fris en regenachtig, en dan staat ineens de zwoele warmte in je tuin of op het balkon, het zonnescherm moet worden uitgerold, de ramen tegen elkaar open, tot in de avond, als zich de muggen melden, de eerste van dit jaar.
Je voelt je een vreemde in je eigen huid, je wordt overvallen door de zomer. Er is je een metamorfose aangedaan. Je loopt, ontbloot in je nog winterse vel, op straat het zonlicht tegemoet. Je knippert wat met je ogen, als een wezen die lang ondergronds heeft geleefd. In je lichte kleding – maandenlang heb je zwart, grijs of donkergroen gedragen – zijn nog de kastvouwen te zien.
In Zuid-Europese landen is men altijd gekleed op de warmte, de overgang verloopt er geleidelijk. Stijl gaat er voor comfort. Hier valt de zomer ineens over ons heen en worden kleren van lijven gerukt, er is een bezeten verlangen naar ontbloten. Je staat besluiteloos voor je kledingkast en voor de spiegel sta je je nog ontklede lichaam te keuren.
Aarzelend haal je een korte broek uit de la, trekt deze aan, witte benen steken er onderuit en alles eindigend in lelijke voeten, die je in slippers steekt.
Ja, een vreemde in eigen huid. Buiten de zwoele, drukkende warmte, binnen de genadeloos uit alle systeemplafonds blazende airco. Je flipflappert op je slippers door het huis en kijkt even op straat. Je ziet ze voorbij komen, de ongelukkigen, met rood bezwete gezichten, plakkende grote T-shirts en driekwartleggings. De hitte ingesmeten.

vrijdag 22 juni 2012

Strawberry Fields Forever

Deze Beatles clip werd opgenomen in januari 1967 in Knole Park (bij Sevenoaks in Zuidoost Engeland). De Zweed Peter Goldmann regisseerde de clip.


Er zitten verschillende visuele effecten in de Strawberry Fields Forever video, zoals stop-motion animatie, achterstevoren gespeelde filmbeelden, negatiefbeelden, onverwachts van dag naar nacht springende beelden en de Beatles die verf over een piano gieten. De clip werd samen met die voor Penny Lane (=minder) door het New Yorkse Museum of Modern Art geselecteerd als twee van de meest invloedrijke muziekvideo's van de late jaren 60. Beide clips werden voor het eerst in Amerika uitgezonden begin 1967 in Liberace's show 'Hollywood Palace'.
 
Strawberry Fields Forever (van het album Magical Mystery Tour) verwijst naar Strawberry Field, een kindertehuis in Liverpool, waar John Lennon als kind vaak in de tuin speelde. Lennon schreef de eerste, simpelere versie van het nummer in 1966 voor de film 'How I Won The War' van Richard Lester.

donderdag 21 juni 2012

Het Oranjegevoel

Ken je die mop van die man die naar Charkov zou gaan? Ja, hij zou gaan deze keer. Het Nederlandse voetbalelftal speelde er een belangrijke wedstrijd bij het EK.
Hij had zich om 04.00 in de ochtend bij Schiphol gemeld. Hij was er niet alleen. In de vertrekhal hielden zich reeds grote groepen mensen in uitzinnige oranje uitdossing op. Tussen de leeuwenpakken, de oranje smokings, de klomphoeden en een enkel Bavaria jurkje had Transavia hem stoel 31c toebedeeld. 
Voor hij aan boord ging, at de man nog een opgewarmde panino mozzarella en worstelde met de draden van de gesmolten kaas.
Na het nuttigen betrad de man de tunnelvormige slurf  tussen de terminal en de Boeing.
Zwijgend zat hij op stoel 31c, een tijdje, terwijl de buis zich tot op de laatste plaats vulde met oranje. Hij haalde diep adem en richtte de blower op zichzelf in de hoogste stand.
Drie uur in dit stoeltje. De man voelde een paniekgolf in zich opkomen en probeerde zich af te leiden door een krant open te slaan. Maar de paniek golfde nu werkelijk door hem heen. Hij sloeg in snel tempo de bladzijden van de krant om en alles vloog hem aan: de buis, het oranje, het voetbal.
Resoluut stond hij op, zei tegen een steward dat hij weer van boord zou gaan. Er kwam nog een purser aan te pas, het woord claustrofobie viel. Ja, zei de man, hij had het benauwd, maar vliegangst was het niet.
Hij pakte zijn tas en liep door het gangpad terug naar de uitgang. De crew keek hem verwonderd na. De slurf was reeds begonnen met inkrimpen. De man stond een ogenblik naast de grondstewardess die hiermee bezig was en in hem begon het verdriet te groeien dat met het klimmen van de jaren ook zijn wereld krimpende was. 

maandag 18 juni 2012

Koning Oranje is dood

Het Nederlands voetbalelftal is na drie verloren partijen uitgeschakeld bij het EK. Historisch en roemloos is het ten onder gegaan.
Er blijft nu alle tijd en rust over voor bespiegelingen. Wat zullen wij Nederlanders ons verder nog te sappel maken over het verdere verloop van het toernooi.
Er heeft zich eigenlijk een voordeel ontwaard: zonder alle Oranje poespas is het EK nu eigenlijk best ontspannend. Lekker achterover met een biertje af en toe eens kijken en ondertussen ook een beetje het andere nieuws weer volgen, want dat leefde veelal in de schaduw van alle Oranje tamboer.
Op de Nederlandse buis is er nu hopelijk ook een eind gekomen aan de veeltallige, vervelende reclamespotjes, die met een hoop pandoer de hoop naar betere tijden leven probeerden in te blazen.
Koning Oranje is dood, hij leefde te kort en te ongelukkig.

vrijdag 8 juni 2012

Multiculturele samenleving

Ik slenterde over de markt in Venlo toen ik werd aangesproken door een vrouw die een opengeknipte plastic zak van de Schiphol tax free shop als een kapje om haar hoofd droeg (het was zonnig en droog, het had geregend) en mij lijzig vroeg ‘om een eurotje voor een bosje bloemen’. Ze stonk naar pisbak. Ik had geen eurotje en als ik er wel een had gehad had ze die niet gekregen.
Ik belandde bij de viskraam waar een moddervette man tegen de verkoper blafte: ‘Ik moet een goeie, verse vis hebben. Maakt niet uit wat, als hij maar niet zo’n sjagrijnige rotkop heeft.’ De uitbater wees zonder aarzelen een moot kabeljauw aan, waarop de dikke man goedkeurend knikte. Naast hem stond een vrouw in een met gouden lovertjes bestikte harembroek die op urgente toon tegen een pikzwart kleutermeisje sprak:’En ik ben dus een halve Chinees hè!’ Het kind keek geschrokken om zich heen. Aan de vrouw, plomp en vaalblond, was overigens niets Chinees te bekennen.
Ik liep verder en aangekomen bij de groentekraam hoorde ik een mannenstem: ‘Wanneer kom je eens bij me eten?’ Een vrouw naast mij keek verrast op en glimlachte aarzelend. Het was een man van Noordafrikaanse afkomst. Lang, jongensachtig slank op het tengere af. ‘Ik ga Marokkaans voor je koken, oke?’ Hij lachte een stralend wit gebit bloot, met één hoektand die een beetje scheef stond. De vrouw dacht een ogenblik na. ‘Mag ik je nummer? Dan kan ik er even over nadenken.’ Zijn lach verstarde. Je zàg hem denken: ‘Als ik een blonde Hollandse jongen was geweest had ze het wèl gedaan.’ ‘Ik heet Mohammed’, zei hij met nauw verholen spot, terwijl de vrouw zijn nummer opschreef. ‘Mohammed, je weet wel, zoals wij allemaal heten…’
En weg fietste hij. Weg van de markt, een centrale plek in onze multiculturele samenleving.